WORLDWIDE
+31638680026
info@afstandsleren.info
Huiswerkbegeleiding
Eindexamen halen
Digitale School

Goed onderwijs geeft kinderen gelijke kansen volgens de SER. Gelukkig weet de onderwijs wetenschap hoe dat wordt bereikt

Goed onderwijs geeft kinderen gelijke kansen volgens de SER. Gelukkig weet de onderwijs wetenschap hoe dat wordt bereikt

SER afstandsleren.info

SER-advies, de Sociaal-Economische Raad, 18-6-2021

Het gelijkheidsideaal is nooit van grote invloed geweest om een maatschappij in te richten. Simpelweg omdat zwakkeren zich slechter kunnen verweren en geen goede lobbies opzetten, zoals rijke en goed geschoolde mensen dat kunnen. Money and education rule. What’s new.

Maar de SER vindt het te ver gaan dat het onderwijs in Nederland het verschil tussen rijk en arm versterkt. De coronacrisis vergroot zulke misstanden. Vandaar dat het op dit moment duidelijk wordt hoe groot de kansenongelijkheid in het onderwijs in Nederland is

Het begint met taalachterstand op de basisschool. Dan volgen vanzelf verlies van informatie, leerachterstand en vals lage test scores. Dit leidt tot te lage schooladviezen voor zwakkeren zoals allochtonen en een te lage beoordeling van hun kennis gedurende het hele voortgezet onderwijs.

De manier waarop ons onderwijssysteem is georganiseerd leidt er toe dat kansenongelijkheid eerder wordt vergroot dan verkleind. Hierdoor ontstane achterstanden kunnen op de arbeidsmarkt bovendien moeilijk worden ingehaald, zo concludeert de SER.

Onderwijs van hoge kwaliteit is, omdat we nooit teruggaan naar de situatie voor de coronacrisis, nodig om alle kinderen gelijke kansen te geven om zich te ontwikkelen. Dat staat in het advies “Gelijke kansen in het onderwijs. Structureel investeren in kansengelijkheid voor iedereen” dat 18 juni 2021 is gepubliceerd door de SER.

In dat advies worden prachtige woorden gebruikt om het ideaal van kansengelijkheid te beschrijven. Maar de oplossingen van de SER om deze kansengelijkheid op scholen te bevorderen, zijn niet concreet genoeg om toe te passen in de klas.

Het advies van de SER brengt ons geen stap verder

In het advies van de SER wordt alleen vastgesteld dat het onderwijs BETER moet op grond van ‘onderwijsprestaties’ van de leerlingen. Maar onderwijsprestaties worden nog steeds in cijfers uitgedrukt en het begrip is ouderwets gedefinieerd. Het gaat er van uit dat leerlingen alleen op school leren. Tegenwoordig leren leerlingen buiten school veel meer dan vroeger.

Vervolgens somt het rapport van de SER alle oorzaken (knelpunten) op, waardoor het onderwijs in Nederland niet meer ‘GOED’ is. Deze knelpunten zijn echter niet nieuw. Al sinds het ontstaan van scholen 200 jaar geleden, kampen ze met dezelfde problemen: lerarentekort, geldtekort en kennistekort bij de leerlingen. Dat zal dus nooit veranderen. Het hoort bij het vak.

‘Als we meer geld hadden, dan zou alles beter zijn’, zucht het rapport. Betere lonen, meer docenten, meer ICT, meer excursies. Kinderlijk, visieloos en bodemloos. Geld is nooit de oplossing voor structurele problemen. Vergelijk de miljarden die zinloos aan Corona zijn uitgegeven. Goede ideeën uit de onderwijswetenschap zijn dat wel, maar daar doe je niets mee als je blijft focussen op te weinig geld en docenten.

We zullen de problemen in het onderwijs moeten oplossen met een tekort aan docenten en geld

In het rapport van de SER worden allemaal onuitvoerbare en dure ideale oplossingen genoemd die nooit tot stand gaan komen, zoals kleinere klassen, meer geld, meer docenten, betere docenten, blijere docenten, minder werkdruk, meer tijd. Het probleem van deze kreten is, dat ze niet specifiek en meetbaar zijn. Ze leiden niet tot een volgende stap richting goed onderwijs. Je kan er niet mee aan de slag als docent. Er verandert niets in de klas.

De SER kan leren van onderwijswetenschappers hoe het onderwijs beter wordt

Gelukkig heeft de onderwijswetenschap sinds tien jaar, in samenhang met modern hersenonderzoek, uitgevonden hoe je in overvolle klassen prima kan differentiëren. En we weten dat werken met leerlingteams in de klas kansengelijkheid bevordert en kinderen beter voorbereidt op de maatschappij. Omdat leerlingen met elkaar leren overleggen en niet meer stil zitten in de klas. Ze gedragen zich in school net als er buiten.

Deze nieuwe kennis over leren lost veel problemen op die de SER beschrijft. Maar het gaat veel dieper in op het gedrag van leerlingen en docenten in de klas, om een verbetering mogelijk te maken. Onderwijswetenschappers geven inhoudelijk en stap voor stap aan hoe we het onderwijs kunnen verbeteren. Dat gaat gepaard met veel training en overleg over het onderwijs door docenten. Want de regels voor leren zijn veranderd.

Het gaat hier niet om een of andere onderwijsvernieuwing, waarvan we er al zovelen hebben gehad de afgelopen 60 jaren. Het gaat er hier om dat is aangetoond dat er weinig leren gebeurt in klassieke lessen met stilzittende leerlingen. En dat zoals we leerlingen nu afleveren, ze niet klaar zijn voor het digitale tijdperk. Want moderne werknemers moeten goed kunnen overleggen over veel onderwerpen met veel verschillende mensen. Omdat het tegenwoordig normaal is om in het werkzame leven 10 tot 20 banen af te werken.

De docent staat niet meer centraal in de klas. Dat geeft lucht

In klassen waar leerlingen zelfstandig leren in leerlingteams, zijn minder docenten per leerling nodig. Want ze staan niet meer voor de klas een PowerPoint uit te leggen, die de ene helft van de klas niet begrijpt en de andere al 4x heeft gezien. Moderne docenten lopen coachend tussen de leerlingteams en registreren hoe en wat de leerlingen met elkaar overleggen. Soms halen ze een bakkie Thee, terwijl de leerlingen druk bezig zijn. En dat kan, want de docent staat niet meer centraal in de klas.

Het onderwijs wordt veel effectiever, omdat je meer leert door te praten met anderen, dan door passief te luisteren of kijken, blijkt uit hersenonderzoek.

Het onderwijs wordt veel effectiever, omdat docenten en leerlingen continu meten wat ze weten en daardoor de volgende les op grond van individuele of klassikale kennisbehoefte inrichten. Let op: individueel betekent niet alleen! Wanneer je samen overlegt, kan je precies de informatie aan de anderen vragen, die jij zelf nodig hebt om verder te komen.

Inhoud geven aan beter onderwijs ongeacht een tekort aan docenten en geld

Scholen moeten anders ingericht worden om de nieuwe kennis over effectiever leren toe te passen. Leerkrachten en leerlingen zullen zich anders moeten gaan gedragen.

Het is niet genoeg om een goede kwaliteit van docenten en onderwijs te benoemen als oplossing voor kansenongelijkheid, zoals het SER advies doet. Er moet ook inhoud worden gegeven aan hoe dat goede onderwijs eruit ziet in de klas en op school.

Soms kunnen grote beleidsvragen worden opgelost door kleine veranderingen in de klas

Het beste voorbeeld daarvan is VINGERS OPSTEKEN IN DE KLAS wanneer er een vraag wordt gesteld door de docent. Dit is een ingesleten slechte gewoonte in het onderwijs die tot discriminatie leidt tussen leerlingen die nooit meedoen en zij die, alleen wanneer ze het antwoord weten, hun vinger opsteken. Het verschil tussen goede en slechte leerlingen wordt hierdoor versterkt.

De docent kan beter een beurt geven aan een leerling, na het stellen van een vraag. Want dan moet heel de klas opletten en is er geen verschil tussen leerlingen die meedoen en niet/nooit meedoen. Niemand kan ontsnappen, de docent geeft de beurt.

Het beleidsdoel ‘MEER KANSENGELIJKHEID’ kan dus worden bereikt door leerlingen in de klas niet meer de vinger te laten opsteken. (Tenzij ze zelf een vraag hebben)

Ik ben er van afgekomen door aan een elastiekje om mijn pols te trekken, elke keer als ik richting een enthousiast opstijgende vinger keek. Na een paar weken met rode polsen rond te lopen, negeerde ik ze steeds beter. Ik deelde mijn pijn ook met de leerlingen en vroeg ze beleefd te kappen met hun vingers op te steken als ik een vraag stelde voor de klas. Dat deden ze. Vanaf toen was iedereen klaar om de beurt te krijgen en doet iedereen mee met een klassengesprek. Je moet het uiteindelijk met zijn allen doen

Een ander voorbeeld van een stap zetten die over de inhoud en uitvoering gaat van beter onderwijs, is het opzetten van een systeem van permanente educatie voor de huidige groep docenten, met als speerpunt onderwijs in leerlingteams en continue formatieve toetsing. Dit leidt, naast effectiever leren, direct tot de gewenste gedragsveranderingen in de klas die kansengelijkheid bevorderen.

Zodat de SER haar prachtige definitie van kansengelijkheid over tien jaar kan gebruiken om het onderwijs in Nederland te beschrijven.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *